© 2012 Chris van Dijk 20120413-145134.jpg

Sucre

Op weg naar de hoofdstad Sucre dat 3 1/2 uur van Potisi ligt. Het kaartje kost 3 1/2 Euro omdat wij het bij een reisbureau in het centrum hebben gekocht. Anders was de prijs de helft. Het ‘nieuwe’ busstation doet wat surrealistisch aan. Het bestaat uit een grote ronde hal enkele verkooppunten van de diverse busmaatschappijen. De tien verkopers galmen het uit. Het lijkt wel of zij Allah prijzen. Buiten staan de bussen. Om er te komen moet wel 60 Eurocent worden betaald.
De busreis gaat voorspoedig. De chauffeur scheurt zoals het hoort. Een enkele bijgedachte geeft dat wel nu wij net hebben gehoord dat een bus bij Juyjuy in Argentinië in het ravijn is gestort. Die weg hebben wij een week eerder zowel met een huurauto als met een bus afgelegd. Het landschap bestaat aanvankelijk uit bergen van grijze rots die naar gelang wij dichter bij Sucre komen wat bruiner worden. Ook komt er steeds wat meer groene begroeiing op. Sucre ligt immers een stuk lager, nog maar op een bedenkelijke 2800 meter hoog. Langs de weg werken mensen met uitsluitend handkracht en met behulp van een enkele ezel op het land. Uiteraard helpen de kinderen mee. Naarmate wij dichter bij Sucre komen ligt er vuilnis langs de kant van de weg. Stadsbiggen snuffelen erin.
Bij de terminal in Sucre aangekomen laten wij ons door een al overleden taxi naar Hostel Sucre brengen. De taxi die al 20 jaar niet meer door onze APK gekomen zou zijn, heeft rechts het dashboard en links het stuur. In Hostel Sucre dat ongeveer 30 EURO per nacht kost zullen wij 1 nacht blijven. Daarna slapen wij in Hostel Pacha mama van 10 EURO per nacht.
Sucre is een aardige hoofdstad van 250.000 inwoners (hoewel het het qua sfeer niet haalt bij Potosi). De oude gebouwen zijn wit en proberen statig te zijn. Op het plein van 25 mei, het centrum van de stad, staat een standbeeld van generaal Sucre. Sucre was de enige vriend die Bolivar altijd heeft kunnen vertrouwen. Hij nam het presidentschap van Bolivar over en werd spoedig daarna vermoord.
Sucre mag dan wel de hoofdstad zijn, maar de regering zit in La Paz. ‘Aardig’ is overigens dat met elke nieuwe president ook het ambtenarenapparaat wordt vervangen. Gevolg is dat het oude ambtenarenapparaat de overdracht frustreert en het nieuwe – allemaal vriendjes van de nieuwe president – van niets weet.
In Sucre is net zoals in Potosi redelijke koffie te krijgen. In dat opzicht lijkt Bolivia voor te liggen op Chili en Argentinie. Opvallend is voorts dat in Sucre redelijk wat buitenlanders, en vooral Nederlanders, cafés en toeristenbedrijfjes hebben. Namen al Florin en Amsterdam getuigen daarvan. Amsterdam is een non-profit café waarin ook films worden vertoond. Wij zien daar de Devil’s Miner. Een schrijnend document van een 14 jarige mijnwerker in de zilverberg van Potosi. Op school, die hij ook nog probeert te volgen, wordt hij uitgescholden voor ‘stenenjatter’. Een andere film die wij ook nog zien is ‘ Even the Rain’. Dat gaat over een echt gebeurde wateropstand in de plaats Cochabamba. In 2000 had een buitenlandse investeerder het recht gekocht om de prijs van water te verdrievoudigen. Daarmee werd het onbetaalbaar voor veel indianen. Na een bloedige opstand vertrok de investeerder.
Wij bezoeken het museum van de Universiteit waarvan in de reisgids hoog wordt opgegeven. Het valt enigszins tegen. Alle oudere schilderijen en koloniale nalatenschap is nodig aan restauratie toe. Wel is er een mooie collectie wapens van voor de Spanjaarden. Dat er geen geld is voor restauratie van kunst is ook te zien aan het bovenin de stad gelegen klooster Recolleta. Het zestiende eeuwse gebouw, het plein ervoor en de bogengallerij met uitzicht op de stad zijn wel idyllisch. Op een van de vier patio’s staat een meer dan 1000 jaar oude ceder. In het klooster wonen nog 8 monniken. Naast het klooster staat zeer mooi museum (museo de Arte Indegena) met technisch zeer ingewikkelde kleden e.d. van de indianen (Yampara, Llameros, Jalq’s, Ch’utas, Katus en Tarabuco). Lot is er verzot op. Bijzonder maar minder vrolijk zijn de in elk museum in Bolivia wel aanwezige aangevreten mummies. Chris heeft meer op met het onderin de stad gelegen kerkhof waar veel deftige families een grote tombe hebben en zo god waarschijnlijk gunstig willen stemmen. Ook zijn er hele wanden met glazen deurtjes met achter elk daarvan de naam relikwieën van de wat minder benadeelden. De wanden met deurtjes hebben iets weg van een Febo automatiek. Tot slot bezoeken wij nog een ander klooster, San Felipe de Neri. Over het golvende dak lopen geeft een mooi uitzicht op de vele witte kerken in de stad en op een aantal modellen die er worden gefotografeerd. Grappig zijn de zitplaatsen van de novicen op het dak. Op het dak waren zij dichter bij god.
Ook in Sucre is de markt weer fascinerend. Mensen komen met hun product naar de markt om dat te verkopen. De Mercado Central is, zoals je je kunt voorstellen dat de Hallen 60 jaar terug midden in Parijs zijn geweest. Alles is er te krijgen. Ook kan je er eten bij vele hele klein toonbankjes. Daarnaast zijn er rijen standjes waar je heerlijke verse sappen kunt krijgen. Naast de Mercado Central is er in de buitenwijken achter het vervallen Olympisch stadion Pro Patria nog een volkskarakter waar alles te krijgen is. Niet dat er in het Olympisch stadion ooit Olympische spelen zijn geweest. Zo maar een naam.
Vanuit Sucre gaan wij naar de beroemde zondagsmarkt. Ruim een uur duurt de rit in het busje waar in totaal 20 mensen gepropt zitten. Een uur lang heerlijke clochard luchten opsnuiven. Vanuit de gehele streek trekken mensen naar deze markt om hun vaak schamele waar aan te bieden. Soms letterlijk met 1 kilo verse vijgen of paprika’s. Allerlei bonte klederdrachten uit de streek. De kleden en hoofddeksels zijn werkelijk verbazingwekkend. Een aardige traditionele markt die echter vanwege eerste paasdag wat minder uitbundig is.
Tot slot doen wij een tweedaagse trekking met Condor Trekking, geleid door een soort Australische hippie. De trekking gaat door de krater van Maragua en langs een stuk Inca Trail. Aangezien een ander die ook mee zou gaan met de trekking niet op komt dagen gaan wij alleen met een gids, Antonio, op stap. De eerste etappe is een reis van ruim drie uur in de laadbak van een vrachtwagen. Omhoog een steile pas over en uiteraard over een onverharde weg. Een hele ervaring. Toen wij de open laadbak in kwam zaten er ongeveer 8 mensen. Best nog wel ruim. Na een uur wachten zijn het er al 40. Minder ruim. Als wij vertrekken zitten, staan en hangen er minstens 60 mensen in en half aan de laadbak. Misschien dat het zoveel mensen zijn omdat ze elkaar niet zien. Behalve Lot draagt in ieder geval niemand een bril. De bril is duidelijk een luxeartikel dat bijna niemand kan betalen in Bolivia. Wij zijn de enige toeristen in de bak. Ruimte om je voeten neer te zetten is er nauwelijks. Lot moet zeker de helft van de reis buigen, omdat er een stinkende man op een plank boven haar hangt. Naast de 60 mensen ligt er in de laadbak ook heel veel bagage. In de laadbak worden tijdens de reis minstens 4 kinderen gezoogd (niet geboren). Geen gedoe. Tiet eruit en zuigen maar. Wat zijn die mensen kleurrijk zelfs in hun armoede. Getekende en gerimpelde gezichten. Wat de rimpels betreft zou Chris niet misstaan. Wel moet er dan 50 centimeter van zijn benen af. Zowel mannen als vrouwen kauwen cocabladeren – in dit land is de ex-voorzitter van de cocaboeren president – en nemen daarbij bicarbonate. Dat zou verslaving tegengaan. Het is een gezellig samenzijn zullen wij maar zeggen. Officiële stops zijn er niet. Gewoon schreeuwen vanuit de bak. Soms is er een of andere controlepost van het leger. Er Waarvoor? De controlepost bestaan uit schimmelige kleine gebouwtjes met een touw uit het raam. Niet om te vissen maar om met wat rode frutsels gespannen te trekken over de weg. Als je door mag wordt het gevierd. Bij de stops staan meisjes en vrouwen met rotte tanden. Die proberen voedsel te verkopen aan de mensen in de laadbak. Onder meer rode en op het eerste gezicht ultrazoete gel. Voorts door hen zelf gekookt eten, zoals plastic zakes met aardappelen en kip, of een zakje ei met patat.
Aangekomen in een klein plaatsje maakt de gids een lunch klaar op de verhoging van de fanfare. Bedeesd lopen allerlei schoolkinderen om ons heen. Na een aantal minuten staan er een stuk of zes honden het eten uit onze mond te kijken. De trekking met de gids is erg leuk. Het gaat door een grote krater. De eerste dag ruim 4 uur lopen op 3400 meter en de tweede slechts 3 uur. Vooral het bepakt en bezakt op deze hoogte naar boven klimmen zorgt voor veel gehijg. De tweede dag gaan wij langs devil’s throat, een 200 meter diepe gorge met een grot. Daarin als het ware tanden van steen. Zuid-Amerikaanse wel te verstaan. Schots, scheef en rot. Beide dagen houdt een zwerfhond – een waar scharminkel – ons de hele reis gezelschap. ‘s-Nachts slaapt hij voor de deur. ‘s- morgens eet hij de resten voedsel. Gelukkig kunnen wij al die zwerfhonden niet mee naar huis nemen. Anders had Lot een vliegtuig voor al die lieverds gecharterd. Nu dienen zij slechts tijdelijk als vervanging van de kinderen.
In de avond eten wij in Sucre als avondeten een Chateaubriand voor EURO 4,50. Het smaakt heerlijk, hoewel wij niet weten wat de smaak in Nederland is.In de ochtend eten wij voor 60 Eurocent een grote schaal met vruchten, yoghurt en muesli op de Mercado Central.

20120413-144256.jpg

20120413-144318.jpg

20120413-144336.jpg

20120413-144350.jpg

20120413-144406.jpg

20120413-144417.jpg

20120413-144432.jpg

20120413-144455.jpg

20120413-144527.jpg

20120413-144547.jpg

20120413-144602.jpg

20120413-144614.jpg

20120413-144626.jpg

20120413-144635.jpg

20120413-144645.jpg

20120413-144711.jpg

20120413-144729.jpg

20120413-144743.jpg

20120413-144815.jpg

20120413-144829.jpg

20120413-144840.jpg

20120413-144852.jpg

20120413-144902.jpg

20120413-144933.jpg

20120413-144947.jpg

20120413-145003.jpg

20120413-145040.jpg

20120413-145051.jpg

20120413-145104.jpg

20120413-145114.jpg

20120413-145134.jpg

Post a Comment

You must be logged in to post a comment.