© 2012 Charlotte Lefferts 20120531-131215.jpg

Mandalay en omstreken

‘Hello’. Myanmar en zeker de kleinere steden en het platteland zijn ‘hello’ plaatsen voor westerlingen. Glimlachend zegt de bevolking hello tegen hen. Niet een keer maar honderden of zelfs duizenden keren wordt dat elke dag tegen ons gezegd. Onwaarschijnlijk vaak door onwaarschijnlijk veel mensen. Lot staren zij aan alsof het blonde Dolly of in ieder geval een reïncarnatie van haar is. Chris vinden zij met name heel erg lang. Voor een keer zwaaien wij als een kruising tussen Sinterklaas en de kerstman terug. Wat zijn die mensen vriendelijk. Of het regime daarvoor opdracht heeft gegeven is onduidelijk. Zij zijn ambivalent. ‘May I help tourist’ staat er bij bijna iedere tempel en paleis. Meestal moet je daar betalen. Elders staat dat lachen goed voor de gezondheid is. Langs de weg staan onheilspellender borden. Zij waarschuwen in het Birmees en Engels voor indoctrinatie door buitenlanders. Het leger en het volk zullen subversieve elementen ‘crushen’. Het kan ook zijn dat de mensen menen dat lachen en groeten goed voor hun karma is. Dan denken zij vermoedelijk dat minimaal honderd keer toeteren per uur dat ook is. Een (verkeers)aanleiding ia echt niet nodig. In ieder geval zien wij veel grijnzende mensen en daar wordt je heel vrolijk van.
Als stad heeft Mandalay ( paar honderd duizend inwoners) niet zoveel te bieden. Van de tijd dat de Engelsen het de koninklijke hoofdstad maakten van Birma (1861-1885, daarna werd de koninklijke familie verbannen naar India) is niet zoveel meer over. De imposante stadsmuren (2 kilometer in het vierkant) van het koninklijk paleis met dorp staan nog maar erin is een militair kamp en een nagebouwd stukje van het paleis ( het originele paleis, omgebouwd tot woonhuis voor de Gouveneur is tijdens WO II verwoest). Wel aardig is het nagebouwde deel, maar wat veel golfplaten. Buiten het eigenlijke paleisterrein is het koninklijk dorp voor buitenlanders strikt verboden. Van de drie poorten is er maar een voor buitenlanders. Dat zie je meer in Myanmar. Grote delen van het land, vooral in het noorden, zijn simpelweg verboden terrein voor niet-Birmese mensen. Wellicht zijn daar nog guerrilla-activiteiten.
Wel zijn er in Mandalay natuurlijk veel tempels, deels van vrij recent. Wij wilden bijvoorbeeld in de Shwenandaw Kyaung tempel die helemaal van teak is. Dat ging niet door. Buitenlanders moeten daar 10 Amerikaanse dollars per persoon voor betalen. Met de lokale munt betalen, de Kyat, mogen zij niet. Nu wil het geval dat de authoriteiten hebben verordonneerd dat alleen hagelnieuwe, kreuk- en smetvrije bankbiljetten mogen worden geaccepteerd. Hoewel wij echt 6 mooie 20 dollarbiljetten hadden konden zij niet de goedkeuring wegdragen van drie dames die de biljetten tezamen 15 minuten bestudeerden. Daarna zijn wij maar Mandaly hill gaan beklimmen, de berg die Boeddha ook eens heeft beklommen. De weg naar boven is gelardeerd met vele prachtige kloosters. Zeer de moeite waard. Bovenaan kwamen wij in gesprek met een monnik die op ons graag zijn Engels wilde uitproberen. Hij vertelde dat hij had gehoord dat iedereen in Europa rijk maar ongelukkig is. Boeddha leert juist dat bezit niet belangrijk is. Wij hebben halfslachtig geprobeerd zijn beeld over Europa een beetje bij te stellen.
De volgende dag hebben wij een fiets gehuurd bij Mr. Jerry. Een opgewekte man die kennelijk zeer opgeleefd is nadar hij zijn ijsimperium aan Unilever heeft verkocht. Met de fiets hebben wij de omgeving en het platteland bekeken. Omdat wij een kaart van de omgeving wilden hebben zijn wij naar de toeristeninformatie gegaan. De medewerker lang in een hangmat naast zijn kantoor te slapen. Toen hij wakker werd kon hij ons ook niet helpen. De vraag naar een kaart van de omgeving vond hij klaarblijkelijk idioot. Je moest gewoon de 84ste straat volgen. Wat kunnen buitenlanders toch simpel zijn. Dat doen wij dus maar.
Onder meer zijn wij naar de vroegere hoofdsteden Amarapura (1783-1823 en 1841-1861) en Inwa (1364-1555, 1636-1752 en 1823-1841) gegaan. Ondanks de verzengende hitte was dit een belevenis. Een geweldige tocht over het platteland met authentieke gevlochten huizen, onverharde wegen met van jerrycans gemaakte benzinepompen, hier en daar een rijstveld en natuurlijk overal tempels. Die laatste met name in Inwa wel zo nostalgisch en vervallen dat het leuk blijft ze te zien. Bovendien zijn zij er in alle soorten en maten. Onder meer de beroemde geheel teakhouten Bagaya Kyaung en de Maha Aungmye Bonzan. Daaromheen lieden die oude stukken van tempels lijken te willen verkopen. Dat leek ons niet zo’n goed idee. Het is nauwelijks nog voor te stellen dat dit authentiek houten plaatsje met zijn agrarische bevolking 170 jaar geleden de hoofdstad was. Het is net alsof je 500 jaar terug in de tijd plonst. Vanuit een scheve uitkijktoren, de Nanmyin, – het enige overblijfsel van het Koninklijke paleis – kun je aan overkant Sagaing met zijn vele tempels zien liggen. Er moeten in Myanmar wel miljoenen monniken zijn. Overigens is Sagaing ook hoofdstad geweest, en wel van 1760 tot 1764. Het wisselen van hoofdstad maakt duidelijk dat dit land uit vele etnische groeperingen bestaat. Ook Amarapura was zeer de moeite waard. Niet zozeer vanwege alle tempels, maar wel vanwege de 1300 yard lange U Bein brug. Deze 200 jaar oude geheel teakhouten brug die ooit voor een heilige is gemaakt, voert over het Taungthaman meer. Met rijstvelden aan de oever, vissers en een soort Venitiaanse punters, wel met 2 roeispanen. Een genoegen om naar te kijken. En…wij waren weer de enige twee westerlingen op deze in beginsel toch vrij toeristische plaats.
Na al deze pracht zijn wij liters water drinkend weer naar Mandalay gefietst. In Mandalay aangekomen was het verkeer zoals gebruikelijk krankzinnig. Duizenden brommers en veel oude auto’s die hun best doen je aan te rijden, terwijl wel 30 op elkaar gestapelde passagiers in kleine open busjes toekijken. Evenals de vele vele monniken.
Al vroeg gaan wij de volgende dag op pad om naar Pyin OO Lwin te gaan, een dorp in de heuvels gesticht door de Britten om aan de warmte van Mandalay te kunnen ontsnappen. Wij worden bijna een luxe minibusje ingelokt, maar wij weten te ontsnappen en stappen in een authentieke Pick-up truck. Deze ervaring willen wij niet missen.De achterklep staat open. De wagen is volgepakt met dozen en vruchten. Aan wat er aan bank overblijft mogen wij op zitten. Onder het geronk van een kapotte uitlaat en vieze uitlaatgassen scheuren wij de stad uit. De conducteur staat achterop de klep en schreeuwt naar het publiek waar de rit naar toe gaat. Lange Chris wordt uitgenodigd om op de klep te komen zitten, zo wordt voorkomen dat hij de hele rit klem zit tussen bank en plafond. Er zit slechts een handjevol mensen in de auto. Een kauwend Indiaas stel, een sigaarachtige sigaret rokende oude dame en een malloot. Nadat we de eerste heuvel zijn opgereden is een een pitstop, broodnodig om de motor af te laten koelen. Alle auto’s moeten afkoelen. Dat doen ze door water over het motorblok en in de radiator te spuiten, zeker 15 minuten lang. Als de motor is afgekoeld rijden we door. Aangekomen in Pyin Oo Lwin huren we fietsen. Deze worden aangeprezen door er op te wijzen dat het merk fiets, Royal Hero, in India is gemaakt met Engelse techniek. De man heeft de ontwikkeling van ‘ it is good, it is British’ naar ‘it is British so it probably won’t work’ kennelijk gemist.
Hoogtepunt lijkt de Botanische tuin te zijn, net buiten het dorp. We fietsen wat door het centrum, waar we de inmiddels gebruikelijke chaos zien en stoppen voor lunch bij een buitenplaats, een schitterend koloniaal pand. Wij zijn de enige gasten. Een koele bries waait over het terras. Zeker drie bedienden dartelen om ons heen. Als er wat regendruppels vallen worden er gelijk twee parasols boven ons uitgeklapt. Wij wanen ons in het koloniale Birma, alles wordt voor ons gedaan. Als regenten zitten wij aan tafel. Het servet wordt op ons schoot gelegd, rijst wordt om de haverklap op je bord geschept. We worden zelfs met een gevlochten bamboeblad toe gewapperd. Niets is teveel! Het liefst willen zij onze fietssleutel zodat zij onze fietsen van het slot kunnen halen. Helaas zit er geen zijspan aan, anders had ze ook nog wel willen fietsen voor ons. En dat alles voor het vorstelijke bedrag van, in totaal, 12 EURO!
We gaan op weg naar de Botanische Tuin, the National Kandawgyi Gardens. Het lukt ons om een gehavend dollarbiljet te slijten, ha! In de tuin staat een prachtige villa met een zwembad ‘ with a view’, een schitterend uitzicht over een meertje. Hier willen wij wel wonen. Een fikse regenbui brengt ons terug in de realiteit. De tuin is mooi met veel soorten bamboe, orchideeën en de Nan Myint Tower, een toren die op een spoetnik lijkt. Er zijn diverse groepjes van vijf dames in het park aan het werk. De heftige regens dwingen ons om weer redelijk snel het park te verlaten. Doorweekt leveren wij de fietsen in en gaan we op zoek naar een pick-up terug. Dat gaat voorspoedig. Als de auto stilstaat kijken we verbaasd waar we moeten zitten. De auto is vol naar ons idee. Wij stomme westerlingen. Wat bij ons vol is, is daar leeg! Uiteindelijk rijden er 27 mensen mee in de auto: 3 voorin, 16 zittend in de laadbak en de rest hangt aan de achterkant op de laadklep of zit op het dak, uiteraard tussen alle goederen in. Je voeten mag je in je nek leggen, ze zijn niet berekent op lange stelten. Voordeel is dat je jezelf niet hoeft vast te houden, je zit gewoon klem tussen de anderen en Chris zit dit keer klem tussen kont en kop! In de bochten de heuvels af helt de pick-up gevaarlijk over. Wederom een pitstop; geen kokende motor dit keer, maar kokende remmen. Sissend koelen ze af. Gelukkig komen we weer veilig terug. Nog even lekker een duik in het zwembad en daarna naar bed. Vroeg eruit betekent tegenwoordig ook vroeg er weer in!
Chris start dag drie met een rondje hardlopen om het paleis. Drijfnat komt hij terug. Buiten is het al een graad of dertig en het is pas 7.00 uur als hij terugkomt. Vandaag gaan we met 5 anderen een uur lang de rivier over met een gammele boot. De bestemming is Mingun. De koning van Mingon wilde alles groot, dan ben je echt belangrijk. De bel is de grootste hangende bel in de wereld (13 voet hoog, 16 voet doorsnee en 90 ton zwaar), de stupa had de grootste kunnen worden als de koning niet doodgegaan was. Ook hier weer tempels. Voor het eerst zien wij hier ook wat meer westerse toeristen. Het zal wel zijn vanwege het boottochtje. Inwa en Amarapura waren authentieker en mooier. Of het moet zijn vanwege het beroemde (?) Spirulina bier dat alleen hier in restaurant Poing te krijgen is. Het is anti-aging. Het spreekt voor zich dat Chris daar om 10.30 in de ochtend meteen op duikt.
Weer terug in Mandalay bezoeken we het in 1996 gebouwde koninklijk paleis. Dus niet zo heel bijzonder. Apart is wel dat wij ook in dit nabouwsel onze schoenen uit moeten doen. Voor een koning die 120 jaar geleden leefde en er niet heeft gewoond?
Wij bezoek alsnog de Teakhouten Shwenandaw Kyaung tempel. Allemachtig prachtig. In een bepaald gedeelte mogen vrouwen echter niet komen, kennelijk omdat de door de Engelsen eruit gemepte koning er regelmatig zat. Ook zien wij de ernaast gelegen Atumashi Kyaungdawgyi. Minder aardig. Nagebouwd in 1996. De onderste verdieping kan goed als parkeerterrein dienen. Tot slot fietsen wij in het gillende verkeer naar de Gold Pounders’ workshops waar gouden platen worden geslagen om op Boeddhabeelden te slaan. Wij zien vooral aardige houten scheefgezakte huisjes.
Voordat wij vertrekken eten wij tussen de middag allebei een heerlijk hoofd- en voorgerecht voor de prijs van 1,5 Coca Cola blikje hier (totaal EURO 1,5). Dat geeft te denken. In de krant (the new light of Myanmar, in het Engels) staat op pagina 2 een groot artikel over geluk en voorspoed. Als men lacht en positief denkt dwingt dat geluk en voorspoed af. Volgens de krant een al lang geleden wetenschappelijk bewezen feit. In de krant wordt verder verslag gedaan van het door Nederland van Bulgarije verloren oefenduel. Kwaliteitsartikelen dus in de krant.

20120530-080815.jpg

20120530-080830.jpg

20120530-211138.jpg

20120530-211203.jpg

20120530-211223.jpg

20120530-211236.jpg

20120530-211325.jpg

20120530-211349.jpg

20120530-211408.jpg

20120530-211543.jpg

20120530-211604.jpg

20120530-211642.jpg

20120530-211713.jpg

20120530-213233.jpg

20120530-213248.jpg

20120530-213331.jpg

20120530-213416.jpg

20120530-213535.jpg

20120530-213620.jpg

20120530-213648.jpg

20120530-213704.jpg

20120530-213721.jpg

20120530-213749.jpg

20120530-213812.jpg

20120530-213835.jpg

20120530-213910.jpg

20120530-213937.jpg

20120530-213953.jpg

20120530-214015.jpg

20120530-214225.jpg

20120530-214251.jpg

20120530-214350.jpg

20120530-214436.jpg

20120530-214454.jpg

20120530-214533.jpg

20120530-214609.jpg

20120530-214627.jpg

20120530-214649.jpg

20120530-214719.jpg

20120530-214833.jpg

20120530-214955.jpg

20120530-221448.jpg

20120530-221500.jpg

20120530-221535.jpg

20120530-221555.jpg

20120530-221614.jpg

20120530-221631.jpg

20120531-130107.jpg

20120531-130141.jpg

20120531-130159.jpg

20120531-130223.jpg

20120531-130254.jpg

20120531-130302.jpg

20120531-130315.jpg

20120531-130332.jpg

20120531-130415.jpg

20120531-130429.jpg

20120531-130511.jpg

20120531-130602.jpg

20120531-130615.jpg

20120531-130626.jpg

20120531-130825.jpg

20120531-130840.jpg

20120531-130852.jpg

20120531-130914.jpg

20120531-130935.jpg

20120531-130947.jpg

20120531-131025.jpg

20120531-131041.jpg

20120531-131119.jpg

20120531-131144.jpg

20120531-131215.jpg

2 Comments