© 2012 Charlotte Lefferts 20120608-091237.jpg

Bagan, stad van tempels

Wij vliegen van Mandalay airport naar Bagan. Het vliegveld van Mandalay is helemaal niet zo klein. Als wij daar echter aankomen is er afgezien van personeel niemand. Wij worden langs allemaal grote lege ruimtes naar de vertrekzaal geleid. Gelukkig zitten daar wel wat mensen. In de WC staat personeel dat zeep op je handen doet en je na het handen wassen een handdoekje aanreikt. Bevreemdend. Evenmin als op het vliegveld van Yangon wordt er niet gewerkt met aankomst- en vertrekborden, laat staan electronische. Je krijgt een stikker op waaruit blijkt bij welke vlucht je hoort. Voorts loopt er een man met een bord door de zaal met de luchtvaartmaatschappij en het vluchtnummer erop. Omgeroepen wordt er uitsluitend in het Birmees. Opletten dus. Hoewel ook nog twee keer de stroomvalt gaan wij 10 minuten voor tijd boarden en vertrekt het vliegtuig stipt op tijd. Daar kunnen wij in Nederland iets van leren!

In Bagan gaan wij naar het geboekte Amazing Bagan Resort. Het meest verbazingwekkende is dat wij in dit grote luxe resort praktisch alleen zitten. Weinig verwonderlijk dus dat Christaan Helenus van Dijk op het welkomstbord bij de receptie persoonlijk wekom wordt geheten. Houten vloeren, welkomstbloemen op het bed, ‘s-avonds snoepjes met ‘good night & sweet dreams, allemaal speciaal voor ons. Evenals het zwembad en het poppenspel dat tijdens het eten wordt opgevoerd. Ondertussen lopen er tientallen personeelsleden in het rond. Dat is toch iets wat opvalt in dit land. Aan personeelsleden geen gebrek. Bij onze eerste maaltijd in het land, voor in totaal 8 EURO, zwermden er 8 obers rond ons en nog 3 andere mensen. Het ontbijt in het Mandalay City hotel werd bijgewoond door een tiental personeelsleden naast ook nog wat gasten. Als wij de ontbijtzaal uitlopen gaan zittende personeelsleden zelfs voor ons staan.

Wij gaan de omgeving verkennen op geleende gammele fietsen van het hotel, gemaakt in India naar Engels model. Nyaung U is in het Baran gebied het grootste en aardigste plaatsje. De hoofdweg is vergeven van de gebruikelijke eettentjes en handelaren die van alles en nog wat aanbieden. Typisch een straat die in transsitie is naar een meer modern aanzien. Veel leuker zijn echter de straatjes vlak bij de Ayeyarwady rivier of aan de andere kant van het dorp. Daar staan de houten, deels gevlochten, huisjes zonder elektra en stromend water. Paard en wagen rijdt daar tezamen met brommers over onverharde wegen. Zijspanfietsen vervoeren er allerlei zaken en mensen dragen er de ‘Vietnamese’ hoedjes. Dit tafereel zal de komende jaren snel verdwijnen. Jammer voor toeristen. Op naar de eenvormigheid die de hele moderne wereld beheerst. Van Yangon naar La Paz, naar Singapore en New York alles zal beheerst worden door smakeloze hoogbouw van staal en glas.

De regio Bagan is bijzonder. Van de elfde tot 13 eeuw hebben de heersers van deze regio als idioten tempels laten bouwen. In die tijd gingen zij over van het Hindu geloof en het Mahayana Boeddhisme naar het Theravada, dat ook nu nog Myanmar beheerst. Niet zomaar een paar tempels bouwden zij, maar 4000 op een gebied dat veel kleiner is dan Amsterdam (het gebied omvat naast Nyanung U oud en nieuw Bagan en ligt in centraal Myanmar). Volgens een gids staan de tempels op 42 m2. Dit levert een bizar landschap op waar overal tempels hun hoofd boven het maaiveld uitsteken. Groot en klein en in allerlei vormen. Zij zij niet met kostbaarheden behangen zoals in Yangon maar wel veel en veel ouder. Op de eerste dag bezoeken wij ongeveer tien bekendere tempels (Shwe-zi-gon paya, Kyan-sit-thar, Hti-lo-min-lo, Gu-byauk-ghi, Ananda, That-byin-hyu, Shwe-san-daw-paya, Dhamma-yan-gyi Pahto, Gu-byauk-nge) en komen wij langs tientallen anderen. Dat doen wij per fiets bij 38 graden. Een hele prestatie. De tempels zijn geweldig en hebben veelal een mystieke sfeer om zich heen. Zichtbaar heeft de tand des tijds aan ze geknaagd. Helaas ook zichtbaar is er de laatste tientallen jaren ook aan een vrij groot aantal tempels slecht restauratiewerk uitgevoerd. Een voordeel is dan weer wel dat het klimaat deze reparaties er snel weer aantast en er oud uit doet zien. Bizar zijn ook de tegels die bij de restauraties in veel tempels zijn gelegd. Qua kleurstelling en motief sluiten deze tegels naadloos aan bij die op Heathrow en Gatwick in Engeland. Smaak bagger dus. Soms ligt er zelf plastic hout in de tempels. Sommige tempels hebben ook buitenlandse sponsors. Zo denkt China erover om de Dhamma-yan-gyi-Phato op te knappen en heeft Zuid-Korea hier bomen gepland om het Kyoto verdrag ten aanzien van CO2 vermindering na te komen. Een uitwas – maar dat zagen wij gelukkig maar een keer en het leek al van ouder datum- was een bord dat een of andere heer een Boeddhabeeld sponsorde. Overal zijn zittende, liggende en staande Boeddha’s. Overal zijn ook toeristenstandjes rond de tempels met verkoopsters en verkopers van het vasthoudende type. Hoewel je dat die arme mensen natuurlijk niet kwalijk kunt nemen is dat minder prettig. Zij verkopen ook allen hetzelfde. Toen Chris dat tegen een van de verkoopsters zei kwam die prompt met iets nieuws op de proppen: een illegale kopie van ‘Burmese days’ van George Orwell, een prachtig gekopieerd exemplaar. De sul kocht dat toen braaf.
Tempels, tempels, tempels. Wij trakteren onszelf op een ochtendje zwembad en ‘s-middags natuurlijk weer op zoek naar mooie tempels. En die zijn er in grote getale. Buledi, Sulamani Patho, Thabeik Hmauk, Abeyadana Patho, Nagayon en vanaf Shwesandaw Paya de zonsondergang aanschouwd. Het duizelt ons af en toe: pagoda, zedi, paya, patho, stupa. Tijd om de heilige Lonely Planet te raadplegen. Paya betekent letterlijk Heilig en kan verwijzen naar zowel personen, voorwerpen of plaatsen. Het is het equivalent voor het engelse woord Pagoda. In beginsel zijn er twee soorten paya’s: de solide belvormige Zedi en de holle rechthoekige- of vierkante Patho. In de Zedi, oftewel de Stupa, zitten meestal relikwieën van Boeddha verborgen. Het woord Patho wordt veelal vertaalt in tempel, maar schrijn zou exacter zijn, omdat bij een tempel altijd monnikken aanwezig zijn en dat hoeft bij een schrijn niet zo te zijn. Opgehelderd! Na zonsondergang eten we overheerlijke curry in het dorp bij het door onze heilige LP aangeraden restaurant Aroma 2. Daar gaan wij morgen weer eten denken wij, maar niks hoor. In de veronderstelling nog een hele dag in Bagan te hebben, worden wij om 06.45 uur gewekt met de mededeling dat onze auto klaar staat. Wij hebben geen auto besteld roept Lot nog droog. ” No madame, you are leaving now. Your flight is at 07.50″. Dat is slikken. Binnen 10 minuten zitten wij in de auto en krijgen we een ontbijtbox in onze handen gedrukt. Wel 10 man personeel die ons helpt op tijd weg te komen. Wat een geweldige service in het Amezing Bagan Resort. Jammer van de curry en Mount Popa.

20120604-201842.jpg

20120604-201809.jpg

20120604-201906.jpg

20120604-201931.jpg

20120604-201945.jpg

20120604-202015.jpg

20120604-202031.jpg

20120604-202105.jpg

20120604-202134.jpg

20120604-202151.jpg

20120604-202220.jpg

20120604-202235.jpg

20120604-202353.jpg

20120604-202416.jpg

20120604-202528.jpg

20120604-202546.jpg

20120604-202605.jpg

20120604-202626.jpg

20120604-202643.jpg

20120604-202718.jpg

20120604-202812.jpg

20120604-202906.jpg

20120604-202932.jpg

20120604-202947.jpg

20120604-203023.jpg

20120604-203041.jpg

20120604-203057.jpg

20120604-203117.jpg

20120604-203145.jpg

20120604-203236.jpg

20120608-091237.jpg

Post a Comment

You must be logged in to post a comment.