© 2012 Charlotte Lefferts 20120608-093330.jpg

Inle Lake

God wat zalig, even geen tempels. Althans, overal en in elk stadje staan tempels en zijn monniken. Laten wij zeggen dat er bij Inle lake minder noodzaak is deze allemaal te bezoeken. Af en toe eentje is best.
Na het abrupte einde in Bagan worden we hartelijk welkom geheten in het, wederom luxe, Inle resort. Na het dumpen van de rugzakken gaan we direct door het meer op met de taxiboot, een lange slanke houten kano met buitenboord motor – een soort open automotor met een stalen buis met daaraan een schroef naar buiten – , die ons bij het resort had afgeleverd. Zowel de boot als de warmte doen denken aan onze jungle tour in Ecuador. Qua muggen doet deze streek overigens niet onder voor de jungle. Iedere avond komen er twee heren langs die gewichtig en vakkundig onze kamer spuiten tegen insecten. Bij een bezoek aan het lokale restaurant worden zelfs onze benen ingespoten! Een wapperende dame erbij zou het summum zijn!
De boottocht brengt ons naar de overzijde van het meer. We passeren veel traditionele vissersbootjes die op het water dobberen: super smalle fragiele kano’s waarop de visser balanceert op een van de uiteinden van de kano, zijn voet om de peddel geslagen zodat zijn handen vrij zijn voor het net en de mand. Briljant zoals hij dat doet. Wij doen wat van een toerist wordt verwacht: we bezoeken een restaurant, een weverij ( waar onder andere garen van de lotusbloem wordt gesponnen wat ongeveer vier keer zo duur is als zijde), een zilversmit en een sigarenfabriek, waar een tiental dames op de grond zit en met de hand sigaren en sigaretten rollen met verschillende soorten lokale tabak. Het meest populair schijnt het tabak met steranijs te zijn (ruikt heerlijk, bijna jammer dat we niet roken), maar ook aardbeien- of minttabak is te koop. Gelukkig hebben wij niet veel dollars bij ons en worden creditcards ook hier niet geaccepteerd, maar een stropdas voor Chris lukt net. Het hoogtepunt zijn de dorpen waar de huizen op palen in het water gebouwd zijn, daar omheen drijvende tuinen waarop tomaten, fruit en andere groente op verbouwd wordt, allemaal ondersteund door lange bamboe stokken. Een bijzonder gezicht, een landschap vol stokken. Een tempel mag toch niet ontbreken; Phaung Daw Oo Paya, een zeer heilige tempel. in het midden 5 oude gouden Boeddha beelden. Dat het Boeddha beelden zijn is nauwelijks meer te zien. Gelovigen plakken bij een bezoek namelijk zelf aldaar verkochte goudsnippers op de Boeddha’s, die door het jaren lang plakken vooral op abstracte kunst lijken. Kennelijk Is deze tempel ook voor de allerhoogste militairen belangrijk. Er hangen tientallen foto’s waarop zij bij de Boeddha’s staan. Laatste stop is de “jumping cat monastry”, de Nga Hpe Kyaung tempel ( Kyaung betekent Boeddhisten klooster). In de rustige uren leren de monniken de katten door hoepels te springen. Helaas voor ons geen show. Wel een mooi houten klooster op palen in het water,
Wij laten ons afzetten in het dorp en huren fietsen. In ons resort is het huren van de fiets 10x zo duur, ach ja en wij moeten op de kleintjes letten of betreft het hier oerdegelijke Hollandse krenterigheid?
De boottocht is zo leuk dat we er nog een maken. We gaan naar Thaung Tho aan de zuidzijde van het meer, waar een tribal market is. Houten karren – alleen de assen zijn van metaal – met ossen, bergen aanmaakhout ligt klaar voor de verkoop, groente en fruit, kleding, aardewerk en boeddha’s. Het is net of we uit de teletijdmachine van professor Barabas zijn gestapt. We kunnen het niet laten om de tempel te bezoeken omringd door oude stupa’s. Maar de stupa’s in Inthein zijn nog indrukwekkender. In totaal 1053 Zedi’s, de meeste uit de 17e en 18e eeuw, aangetast door de tand des tijds.
De streek rond en op het water is toeristisch. Dat wil zeggen dat best veel souveniersstalletjes zijn. Er zijn wat meer toeristen dan elders, maar veel zijn het er nog steeds niet. Zeker niet veel westerse. Ook deze streek is arm. De huizen zijn meestal hutjes van gevlochten bamboe, al dan niet op palen in het water. De mensen doen de was of zepen zichzelf in, waarna zij in de rivier springen. Honderden vissers varen met hun houten kano’s zonder motor over het meer en de kanalen om te vissen. Ook gaan veel vrouwen, mannen en kinderen ‘ met de peddel ‘ naar de markt of verderop wonende bekenden. De kano’s met motor, waar mensen altijd met paraplu in lijken te zitten, zijn verre in de minderheid. Op de fiets komen we in de minder toeristische gebieden. We fietsen door het boerenland over een zeer hobbelig weggetje. Overal zie je bamboehoeden boven het groen uitkomen. Een auto lijkt hier niet te bestaan, wel os en kar of lopen mensen met lunchpannetjes. De sfeer lijkt naar elkaar welwillend vriendelijk. Iedereen roept Ming guh la ba (hello) en zij blijven vriendelijk zwaaien met een grote glimlach. Hoewel je als toerist maar een beperkte blik hebt en dus voorzichtig moet zijn deze vredige sfeer te idealiseren, maakt een dergelijke omgeving toch dat aarzelingen opkomen over de normen en waarden van het westen. Is dit niet een vriendelijker samenleving, althans moeten deze mensen straks in ‘ons’ keurslijf worden gedwongen?

20120605-212322.jpg

20120605-212342.jpg

20120605-212355.jpg

20120605-212419.jpg

20120605-212432.jpg

20120605-212510.jpg

20120605-212544.jpg

20120605-212609.jpg

20120605-212700.jpg

20120605-212736.jpg

20120605-212755.jpg

20120605-212836.jpg

20120605-213148.jpg

20120605-213247.jpg

20120605-213407.jpg

20120605-213428.jpg

20120605-213450.jpg

20120605-213531.jpg

20120608-091428.jpg

20120608-091518.jpg

20120608-091655.jpg

20120608-091742.jpg

20120608-091819.jpg

20120608-091846.jpg

20120608-091916.jpg

20120608-091953.jpg

20120608-092932.jpg

20120608-093009.jpg

20120608-093037.jpg

20120608-093117.jpg

20120608-093142.jpg

20120608-093204.jpg

20120608-093226.jpg

20120608-093314.jpg

20120608-093330.jpg

One Comment