© 2012 Charlotte Lefferts 20120719-140916.jpg

Dali

Voor wie houdt van duizenden op drift geraakte Chinese toeristen, veelkleurige, liefst knipperende, lichten of veel lawaai is Dali de perfecte bestemming. Zijn al die Chinezen dan gek om erheen te gaan? Zulke grote woorden zouden wij niet in de mond durven nemen. Misschien zijn zij wel eenzaam thuis, gefascineerd door knipperend neonlicht, bang voor de stilte of worden zij blij van geluid.
Is er dan niets goed aan de oude stad Dali? Nee, dat is niet zo. Het oude centrum – de stad dateert uit de negende eeuw – bestaat voor een aardig deel best uit leuke oude Chinese gebouwtjes. Maar, ja die vreselijke souvenierwinkels daarin en de overige sfeerremmers om de authenticiteit te verbloemen. Bovendien gaat het bij een aanzienlijk deel van de gebouwen om eind twintigste eeuw glimmend nagebouwde exemplaren. ‘Een grote sprong voorwaarts’ zou de grote roerganger Mao zeggen. Hij zat er wel eens vaker naast. In de souvenierwinkels wordt vrijwel alleen souveniermeuk verkocht. Kenmerk daarvan is glim glom.
En ja, de rode lampions branden in de avond wel aardig, maar zijn in batterijen en weinig sfeervol opgehangen. Ook wat dat betreft verlangen wij terug naar het sfeervolle Hoi An in Vietnam. Nee, Dali is niet ‘our pick’, om met de Lonely Planet te spreken. En niet omdat er in het bij opstapjes op straat borden staan die waarschuwen voor ‘landslides’. Dali is ons te veel Volen- en te weinig Monnickendam. Nee, neem dan het eerder al genoemde Hoi An, of Pingyao in China. Beiden ook toeristisch maar een sfereld van verschil.
Wat betreft het weer doet Dali denken aan onze vakantie in kaapstad: Wet, Wet, Wet. De regen komt met bakken naar beneden vallen. Maar als goed geaarde Nederlanders stappen wij gewoon op de fiets op zoek naar de dorpjes rond het meer. Als wij met onze mountainbikes over een smal voetpad door de velden fietsen komen wij een wandelende begrafenisstoet(je) in het wit tegen. Voorop een man met een soort spandoek (met de naam van de overledene?) De kist wordt in een synthetische deken tussen hen in gedragen. Het meer met de achterliggende bergen zijn gehuld in een grauwe en dreigende mist. De regen lijkt steeds erger te worden, maar schuilen heeft geen zin; dan komen we nergens. Als verzopen katjes komen wij uiteindelijk aan bij het dorp Xizhou, een toeristisch Baidorpje, een minderheidsgroep in China, die het dorp goed uitbuiten. Wij zetten de fietsen neer en worden gelijk naar het ticketoffice gedirigeerd. Wij betalen braaf. We komen in een straat met authentieke (nagebouwde) huizen. Door een alleraardigst Baise schone worden wij min of meer een theater ingeduwd. Wij twijfelen, maar besluiten toch te gaan zitten. Drie chinezen staan in folklore kleding op het toneel dat gezellig in allerlei kleuren wordt verlicht. Iedereen staat keurig in de rij om op de foto te mogen. Een voor een worden ze op het podium toegelaten. Even een aarzeling of wij ons ook moeten laten fotograferen. Toch maar niet! Als iedereen op de foto staat begint de show. Nog na druipend van het natte weer worden wij getrakteerd op volksdansen begeleid door p Chinese versie van Aristocats muziek. Tussen de muziek en het folkoregejank door wordt de show aaneen gepraat door een vriendelijke Chinees. Of hij citeert uit het Rode boekje van Mao, een zoetsappig sprookje vertelt of ‘ alle buitenlanders eruit’ roept weten wij niet. De lachende meisjes zijn een genot om naar te kijken. De jongens hebben er duidelijk minder plezier in. Dan worden we getrakteerd op een slokje thee, geserveerd in een schattig klein mini rijstkommetje. We krijgen gedurende de show drie kommetjes aangeboden met verschillende smaken thee. Dan begint het ons te dagen; wij zijn terecht gekomen in een veronderstelde theeceremonie, daar waar wij voor gewaarschuwd waren om niet naar toe te gaan. Een theeceremonie in een met wisselende kleuren verlicht theater, kattengejank en met 100 anderen. Serener en meer ceremonieel kan niet. Wij hadden dit toch voor geen goud willen missen? Ook niet vanwege de mooie Engelse teksten die hier en daar staan. Wie weet wat ‘fre fighting equipment’ is? Natuurlijk: brandblusapparatuur. Op de zijkant staat immers duidelijk ‘Fire exting uisher cupboard’ Een revolutionair model! Caution overhead’? Kijk uit dat je je hoofd niet stoot.
Het uiteindelijke dorp ligt een paar straten verderop. Authentiek ogende huisjes in Chinese stijl gevuld met wat wij toeristen kennelijk zo graag kopen. De toeristen zelf zijn door de regen weggewassen. Gelukkig met onze fiets scheuren wij door de straatjes. Tijd om terug te keren naar Dali. Doorweekt komen wij daar aan. Om het de Chinese spreuk op een bord te spreken ‘Beware of to meet’. Verwarring alom.

20120719-140426.jpg

20120719-140434.jpg

20120719-140513.jpg

20120719-140528.jpg

20120719-140535.jpg

20120719-140544.jpg

20120719-140551.jpg

20120719-140609.jpg

20120719-140619.jpg

20120719-140628.jpg

20120719-140636.jpg

20120719-140646.jpg

20120719-140658.jpg

20120719-140707.jpg

20120719-140719.jpg

20120719-140726.jpg

20120719-140747.jpg

20120719-140759.jpg

20120719-140823.jpg

20120719-140838.jpg

20120719-140849.jpg

20120719-140859.jpg

20120719-140916.jpg

Post a Comment

You must be logged in to post a comment.